Voorbeeld van een verdronken middeleeuws ontginningslandschap
Ten oosten van Terherne ligt een complex van boezemlanden, zomerpolders, plassen en eilandjes. Als een van de grotere meertjes ligt de Kâlde Mage in het centrum hiervan. Het hele complex maakt deel uit van het Natura 2000 Sneekermeergebied. Tijdens de middeleeuwse ontginning werden er sloten en greppels gegraven om landbouw op de natte veenbodem mogelijk te maken. Door de drooglegging daalde de bodem, wat leidde tot afwateringsproblemen en uiteindelijk het ontstaan van het Sneekermeer. Rondom de Kâlde Mage zijn in het landschap nog sporen zichtbaar van die dramatische ontwikkelingen.
Rondvarend in het gebied van de Kâlde Mage en de Terhernster Puollen zijn sporen uit het verleden moeilijk te interpreteren. Een geoefende kijker ziet waarschijnlijk opvallende structuren, maar voor de rest voelen de eilandjes en doorgangen aan als een mysterieus doolhof. Ter verduidelijking heb ik de structuur van de middeleeuwse verkaveling over een recente luchtfoto getekend.
Het gebied te oosten van Terhene is ontgonnen vanuit Akkrum, een terpdorp op de zeeklei van de oeverwal langs de Boorne. Tijdens de welvarende terpentijd groeide de bevolking. Om die reden zocht men naar nieuwe landbouwgrond, waarvoor de destijds nog hogere veengronden zich uitstekend leenden. Vanuit Akkrum en de Boorne werden rechte sloten in het veen gegraven om het gebied te ontwateren. Het dorp Terherne (de naam betekent: op de hoek)1 is ontstaan op de hoek waar ontginningen vanuit andere dorpen die van Akkrum elkaar ontmoetten.
Dwars op de ontginningssloten die vanuit Akkrum het landschap in waaieren werden vaarten gegraven. Het is mij niet helder of deze gegraven zijn vóór of na de ontginning. Ik ga uit van het laatste. Extra aandacht verdienen de dwarsvaart de Geau en de twee ontginningssloten Meinesleat en de later gedempte Geatse sleat. De geschiedenis van deze drie is op historische kaarten terug te vinden. De Geatse sleat komen we tegen op de kaarten van Schotanus 1664 (Gaite Sloot), Schotanus 1718 (Gaatze Sloot) en Eekhof 1847 (Voorm: Gaatse Sloot).
Precies waar de oever van de Geatse sleat moet hebben gelegen ligt nog een langwerpig eiland dat half onder water is verdwenen, de Skonke Pôle. De Meinesleat liep tussen de eilanden Bréfinne en Lystssân door. Tegenwoordig zijn die met elkaar verbonden maar op de topografische kaart van 1953 zijn het nog twee losse eilanden. De geau liep waarschijnlijk tussen de Hynstewerp en de vaste wal door. Nu is de doorgang verdwenen maar tot in de jaren 60 stond hij nog op de kaart. De eilanden Lytse Achte en Hynstewerp vormen op de foto een opvallende lijn met de vaste wal. Daar kan heel goed de zuidoever van de Geau hebben gelegen.