Schema van een Esdorp in de 19e eeuwHet Esdorp is een dorpsvorm, waarbij de omgeving wordt gebruikt om landbouw op schrale zandgrond mogelijk te maken. De verandering van natuurlijk bos naar esdorpenlandschap is geleidelijk over de eeuwen ontstaan. Houtkap, begrazen, ontginnen en economie hebben uiteindelijk in de 19e eeuw geleid tot deze vorm. Er is de beek, waar hooilanden liggen. Het veld, droge heide waar voornamelijk Schapen grazen en plaggen en strooisel kunnen worden verzameld. Het vee overnacht in de Potstal bij het dorp. In de stal wordt mest met plaggen en strooisel vermengd, dit wordt gebruikt om de akkertjes op de Es te bemesten. Herders en houtwallen helpen het vee op zijn plaats te houden. |
![]() |
Verklaring van de nummers1 Randwal: begrenzing van de graslanden van het beekdal. 2 Houtwal: begrenzing van eigendommen. 3 De Beek: mineralen uit het water worden tijdens overstromingen afgezet op de oevers, een natuurlijke vorm van bemesting. 4 Maden: drassige hooilanden die niet geschikt zijn voor het weiden van vee. 5 Grasland: droger hooiland, ook voor het weiden van vee. 6 Markesteen: markering van de grens van het dorpsgebied. 7 Heischrale graslanden 8 Droge zandkop met boompjes. 9 Het Veld, aanvankelijk bossen waar hout en strooisel voor de stal werd verzameld. Toen dit schaars werd, ging men over tot het afgraven van humus. Later werden hele plaggen afgegraven, het bos verdween en veranderde in hei. Overdag liet men Schapen op de hei grazen, die 's nachts naar de potstal werden gebracht om mest voor de akkers te verzamelen. De hei bleef hierdoor open en schraal. 10 Boerderijen: vormen samen het dorp waar ook het vee in de potstal overnachtte. Rond de Boerderijen lagen moestuinen. 11 Brink: hier werd het vee verzameld en konden vergaderingen worden gehouden. Op de brink staan Eiken, ze bieden bescherming, leveren hout, eikels voor Varkens en de schors kan voor leerlooien worden gebruikt. |
13 Strubben: hakhoutbosjes voor gezamenlijk gebruik. 14 Zandpaden: verbindingen van dorp tot dorp 15 De Es: voor het aanleggen van een es werd de hogere lemige grond opgezocht. De akkers waren in stroken verkaveld, grenzen van de verschillende eigenaren werden aangegeven met paden, greppels of stenen. De grond werd vruchtbaar gemaakt met strooisel en plaggen van het veld, ze werden in de potstal vermengd met mest. Iedereen was verplicht het zelfde gewas te verbouwen zodat men elkaar niet in de weg zat. Na de oogst lag de es braak en kon het vee de stoppels afgrazen. 16 Stuifzand: door roofbouw of karrensporen ontstaan gaten in het vegetatiedek. Het kale zand gaat verstuiven en kan grote oppervlakten bedekken. 17 Eswal: dicht beplante wal tussen de hoge es en het veld om vee en wild van de akkers te weren. 18 Ven: Op een ondoorlatende laag blijft water staan 19 Kleine turfafgraving voor eigen gebruik. 20 Een herder begeleidt een kudde Schapen die bestaat uit dieren van verschillende boeren uit het dorp. 21 Natte heide en heideveentje. |
Bodem
Wezenberg 2008. 12
|