Slikkige bodem van het Friese Wad

De bodem van de Waddenzee is niet overal hetzelfde. Er zijn delen met een slikkige bodem, delen met een zandige bodem en alles daartussenin. Het verschil zit in de korrelgroote van de verschillende sedimenten. Zandkorrels zijn relatief groot, groter dan 63 micrometer (1 micrometer = 0,001 mm), zijn de korrels tussen 63 micrometer en 2 micrometer dan spreekt men van silt, kleiner dan 2 micrometer is lutum. De mengverhouding tussen zand en silt/lutum, al dan niet gemengd met organische stof, bepaald of de bodem slikkig dan wel zandig is. De samenstelling van de bodem hangt af van de plaats van het gebied ten opzichte van de geulen en stroming. Ook de hoeveelheid water en golfslag bij hoogwater spelen een rol. Hoe rustiger het is, des te kleiner zijn de deeltjes die kunnen blijven liggen.

Op deze foto zien we een slikkige bodem, korrelgrootte: > 25% silt/lutum (slik). De bodem is verrijkt met organische stoffen van dode planten en dieren. Het is eb, er staat nog een dun laagje water op het slik. Vooraan kunnen we onder het oppervlak kijken en krijgen een indruk van de enorme heveelheid leven op de bodem en erin. We beginnen bij de bruine kleur van het slik, dat zijn Kiezelwieren die een plakkerige biofilm vormen van suikers die ze aanmaken, zo spoelen ze niet zo snel weg. Links ligt een groen plukje Zeesla, het kegelvormige bruine ding in het midden is een kolonie Mosdiertjes, het waait mee met het afstromende water. Als je goed kijkt zie je er meer die allemaal dezelfde kant uitwaaien. De dunne kronkelende sliertjes zijn uitwerpselen van Wadpieren, de andere kleine donkere hoopjes zijn de uitwerpselen van Rode Draadworm of de uiteinden van Zandkokerwormen. Van een gelaagdheid van de bodem is hier geen sprake, die is verdwenen door al het gravende en wroetende bodemleven.



Keywords: Waddenzee, Slik, Biomassa, Rijk, Bodemleven, Voedsel, Water, Doorzicht, Reflectie, Zeecypres, Wadpier, Zeesla, Kiezelwieren


Slikkige bodem van het Friese Wad

Fryslansite ©Hendrik van Kampen