PijlNaar de thumbnails

Vroeg cultuurlandschap met onregelmatige blokverkaveling
Schema van terpen, dijken en polders

Vroeg cultuurlandschap

Op de foto het paleolandschap van de Leonserpolder, een restant van het kwelderlandschap zoals het in gebruik is genomen voordat er dijken waren. Het is te dateren rond de IJzertijd en het begin van de Romeinse tijd. De hoogteverschillen in het landschap waren in in die tijd al aanwezig. Men maakte optimaal gebruik van de mogelijkheden die de kwelder bood. Er zijn sporen van IJzertijd nederzettingen gevonden op de hogere delen met nauwelijks iets van een terp. In het gebied liggen restanten van slenken, kreken en prielen. De verkaveling volgt deze natuurlijke grenzen. Rond de percelen liggen lage dijkjes om de vloed te keren. De reden dat de richting van de greppels per perceel anders loopt is dat ze afwateren naar de lage punten in het landschap. Naast de genoemde nederzettingen liggen er nog enkele terpen in het gebied.

In de IJzertijd zag de grote kwelder van Westergo er volkomen anders uit. Het Noordwesten lag nog sterk onder invloed van de Waddenzee. Westelijk van de Leonserpolder lag een groot trechtervormig getijdenbekken met slikken en geulen. Het bekken lag globaal tussen een lijn die liep vanuit Harns, in een boog onder Frentsjer door naar het zuidoosten, en een lijn Menaam-Baaium. Aanvankelijk stroomden de rivieren vanaf de zandgrond hier in Zee. Op het kaartje bij deze pagina is de trechtervorm aan de kwelderruggen te herkennen (Klik op het kaartje). In het veld is de rug Menaam-Baaium nog goed te zien. Het trechtervomige bekken in het westen begon te verlanden en de kwelder breidde zich sterk in noordelijke richting uit. De hoofdstroom van het riviertje de Boorne kwam oostelijk van de Leonserpolder te liggen. Het stroomde, komend van de zandgrond, met een bocht naar het noorden, waar het uitkwam in de Waddenzee. Door bodemdaling van het veen in het zuiden werden getijdenstromen sterker en verbreedde de Boorne zich tot de Middelzee. Ook langs de Middelzee ontstond een grote kwelderrug. Voor de voormalige trechter langs vormden zich steeds meer paralelle kwelderwallen. In het noordwesten werd de kwelder steeds hoger. Het gebied van de Leonserpolder raakte ingesloten, kon niet meer goed kon afwateren. Het landschap verdronk en er vormde zich een gebied met plassen, de vlakke nederzettingen overslibden.

Keywords: Leonserpolder, Paleolandschap, IJzertijd, Romeinse tijd, Kwelder, Slenken, Kreken, Prielen, Verkaveling, Dijkjes, Onregelmatige, Blokverkaveling, Ochtend, Rijp

informatie vragen

Fryslansite ©Hendrik van Kampen