Schema van een Esdorp op het Drents-Friese plateau

Het Esdorp is een dorpsvorm, waarbij de omgeving wordt gebruikt om landbouw op schrale zandgrond mogelijk te maken. Er is de beek, waar hooilanden liggen. Het veld, droge heide waar Schapen grazen en plaggen en strooisel kunnen worden verzameld. Het vee overnacht in de Potstal bij het dorp. In de stal wordt mest met plaggen en strooisel vermengd, dit wordt gebruikt om de akkertjes op de Es te bemesten. Met houtwallen wordt het vee op zijn plaats gehouden.

Rond 1900 werd, met de komst van kunstmest, het potstalsysteem overbodig. Het kenmerkende Esdorpenlandschap begon te vervagen. Het aantal boerderijen liep terug en ze werden verplaatst naar het buitengebied, essen werden omgezet tot grasland en beken gekanaliseerd. In Drenthe zijn nog dorpen te vinden waarvan het karater van het landschap behouden is, in het kleine hoekje van Fryslân dat er deel van uit maakt, is weinig bewaard gebleven.

Schema van een Esdorplandschap

Verklaring van de nummers

1 Randwal: begrenzing van de graslanden van het beekdal.

2 Houtwal: begrenzing van eigendommen.

3 De Beek: het water brengt voedingstoffen mee die tijdens overstromingen op de oevers achterblijven. In het stroomdal liggen daarom sappige graslanden.

4 Maden: de natte hooilanden in het stroomdal van de beek.

5 Grasland: droger hooiland, ook voor het weiden van vee.

6 Markesteen: markering van de grens met een buurdorp.

7 Heischrale graslanden

8 Droge zandkop met boompjes.

9 Het Veld: aanvankelijk waren dit bossen, men haalde hier strooisel voor de stal. Toen dit schaars werd, ging men over op het afgraven van humus. Daar op volgend werden hele plaggen afgegraven. Het veld verschraalde veranderde in heide, er konden alleen nog Schapen op geweid worden.

10 Boerderijen: vormen samen het dorp waar ook het vee in de potstal overnachte. Ze staan dicht bij elkaar aan de brink.

11 Brink: hier werd het vee verzameld en vonden vergaderingen plaats. Op de brink staan Eiken, ze bieden bescherming, leveren hout, eikels voor Varkens en de schors kan voor leerlooien worden gebruikt.



12 Waterplas op de brink: drinkplaats voor het vee, het water kon ook worden gebruikt als bluswater.

13 Strubben: hakhoutbosjes voor gezamenlijk gebruik.

14 Zandpaden: verbindingen van dorp tot dorp

15 De Es: voor het aanleggen van een es werd de hogere lemige grond opgezocht. De akkers werden in stroken verkaveld, grenzen van de verschillende eigenaren worden aangegeven met paden, greppels en stenen. De grond werd vruchtbaar gemaakt met strooisel en plaggen van het veld, in de potstal vermengd met mest. Iedereen was verplicht het zelfde gewas te verbouwen zodat men elkaar niet in de weg zat. Na de oogst lag de es braak en kon het vee de stoppels afgrazen.

16 Stuifzand: door roofbouw ontstaan gaten in het vegetatiedek. Het kale zand gaat verstuiven en kan grote oppervlakten bedekken.

17 Eswal: dicht beplante wal tussen de hoge es en het veld.

18 Ven

19 Kleine turfafgraving voor eigen gebruik.

20 Schaapskudde met herder.

21 Natte heide en heideveentje.

Bodem

Veen Holocene afzettingen: Veen
Afgestorven plantenresten die niet vergaan in zuurstofarme omstandigheden onder water.

Enkeerdgronden Holocene afzettingen: Enkeerdgronden
In de loop der jaren heeft zich door stapeling van meststoffen, een donkere laag op de essen gevormd. Door de vegetatieresten van heideplaggen en eenzijdige teelt van Rogge kon de bodem verzuren waardoor de opbrengst sterk terug kon lopen.

Formatie van Boxtel Weichselien: Dekzand, Formatie van Boxtel.
Kwelwater Kwelwaterstromen in het dekzand.

Formatie van Drenthe Saalien: Keileem, Formatie van Drenthe.

Formatie van Peelo Elsterien: Formatie van Peelo.

Fryslansite ©Hendrik van Kampen