Pingoruïnes op de Duurswouderheide






Start de animatie door de muis op het plaatje te houden.           




Pingoruïnes zijn een overblijfsel van de IJstijd. Nadat de gletsjers zich uit Fryslân hadden terug getrokken bleef het klimaat toch nog lange tijd koud. De bodem was permanent bevroren. In deze situatie kan water dat bijvoorbeeld van een ondergrondse kwelwaterstroom komt, bevriezen. Door de voortdurende aanvoer van water vormt zich in de bodem een IJslens. De groeiende lens drukt de aarde naar de zijkant weg. Op een gegeven moment glijdt de aarde, die de lens aan de bovenkant bedekt, er vanaf. De lens smelt dan. Tenslotte blijf de plaats waar de lens ooit was, zichtbaar als klein rond meertje.

Later, als het klimaat warmer wordt kan zo'n meertje verlanden en dicht groeien met veen. Het is dan niet zo gemakkelijk meer om ze in het landschap te herkennen. Door het uitgraven van het veen in het verleden zijn een aantal pingoruïnes nu weer meertjes geworden. Vroeger werden ze daarna vaak gebruikt als drinkplaats voor het vee. Tegenwoordig is dat niet meer nodig en moeten ze af en toe worden uitgebaggerd om te voorkomen dat ze opnieuw verlanden. Op de hogere zandgronden zijn ook droge Pingoruïnes te vinden.

© www.fryslansite.com