Strand en Duinen ![]()
Dekzand ![]()
Keileem ![]()
Beekdalen ![]()
Veen ![]()
Zeeklei ![]()
Kwelderwallen ![]()
Zee ![]()
Wadden ![]()
Zoetwater ![]()
De verbinding tussen Noord-Holland en Fryslân breekt door. Het zoetwater bassin Almere
wordt daardoor Zuiderzee. De kweldergroei in noord en noord-west Fyslân gaat door. De Kwelder
blijkt een zeer goede woonplaats. Tijdens de vroege Middeleeuwen is het terpenland het
dichtst bevolkte gedeelte van Nederland. Om hun woonplaats en landerijen nog beter tegen
de zee te beschermen, beginnen dorpen met het gezamelijk aanleggen van dijken rond hun gebied.
Het land in het centrale deel van Fyslân is lager. In het oosten zijn de hogere zandgronden
en in het noordwesten heeft kweldervorming gezorgd voor hoger liggende gronden. Het centrale
deel heeft altijd een dik veenpakket gehad. Vanuit de dorpen begint men sloten in het veen
te graven om deze gronden zo geschikt voor landbouw en veeteelt te maken. Door de sloten kan
het water uit het veen lopen zodat het droger wordt. Vaak verbrande men ook nog de bovenste
laag om de grond vruchtbaarder te maken. De richting waarin deze ontginningen plaats vonden
is tegenwoordig nog op de topografische kaart te herkennen aan de verkaveling.
Naast de ontginning voor landaanwinning graaft men ook veen af voor brandstof (turf) en
voor de winning van zout. Door het droger worden van het veen begint een onomkeerbaar proces
dat ernstige gevolgen zal hebben. Het veen is opgestapelt plantaardig materiaal dat door
het natte zure millieu niet is vergaan. Nu deze lagen door de menselijke activiteit droog
komen te liggen, beginnen de plantenresten alsnog te vergaan. (oxidatie) Het gevolg is
bodemdaling. Een aantal van de Friese meren ontstaat. Het zijn niet meer alleen de natuurlijke
processen die de vorming van Fryslân bepalen, maar de mens begint ook duidelijk zijn stempel
op het landschap te drukken.