De Vroege Middeleeuwen (500-1000)

Strand en Duinen
Dekzand
Keileem
Beekdalen
Veen
Zeeklei
Kwelderwallen
Zee
Wadden
Zoetwater


De verbinding tussen Noord-Holland en Fryslân breekt door. Het zoetwater bassin Almere wordt daardoor Zuiderzee. De kweldergroei in noord en noord-west Fyslân gaat door. De Kwelder blijkt een zeer goede woonplaats. Tijdens de vroege Middeleeuwen is het terpenland het dichtst bevolkte gedeelte van Nederland. Om hun woonplaats en landerijen nog beter tegen de zee te beschermen, beginnen dorpen met het gezamelijk aanleggen van dijken rond hun gebied.

Het land in het centrale deel van Fyslân is lager. In het oosten zijn de hogere zandgronden en in het noordwesten heeft kweldervorming gezorgd voor hoger liggende gronden. Het centrale deel heeft altijd een dik veenpakket gehad. Vanuit de dorpen begint men sloten in het veen te graven om deze gronden zo geschikt voor landbouw en veeteelt te maken. Door de sloten kan het water uit het veen lopen zodat het droger wordt. Vaak verbrande men ook nog de bovenste laag om de grond vruchtbaarder te maken. De richting waarin deze ontginningen plaats vonden is tegenwoordig nog op de topografische kaart te herkennen aan de verkaveling.

Naast de ontginning voor landaanwinning graaft men ook veen af voor brandstof (turf) en voor de winning van zout. Door het droger worden van het veen begint een onomkeerbaar proces dat ernstige gevolgen zal hebben. Het veen is opgestapelt plantaardig materiaal dat door het natte zure millieu niet is vergaan. Nu deze lagen door de menselijke activiteit droog komen te liggen, beginnen de plantenresten alsnog te vergaan. (oxidatie) Het gevolg is bodemdaling. Een aantal van de Friese meren ontstaat. Het zijn niet meer alleen de natuurlijke processen die de vorming van Fryslân bepalen, maar de mens begint ook duidelijk zijn stempel op het landschap te drukken.





© www.fryslansite.com