Strand en Duinen ![]()
Dekzand ![]()
Keileem ![]()
Beekdalen ![]()
Veen ![]()
Zeeklei ![]()
Kwelderwallen ![]()
Zee ![]()
Wadden ![]()
De zee is in de IJzertijd de belangrijkste vormer van Friese landschap. Het gemiddeld zeeniveau
stijgt van -1m NAP tot -0,5m NAP. Grote delen van het veen raken ontwaterd en door de zee
overspoeld. Op het voormalige veen wordt een laagje zeeklei afgezet.
Tijdens de IJzertijd groeien de kwelders en raken ze bewoond. De losse vezameling van de
kwelderdelen van Westergo groeien aan elkaar. De verbinding tussen Noord-Holland en Fryslân
is nog steeds aanwezig. De eerste bewoners maken gebruik van de van nature iets hogere, en
dus drogere kwelderruggen. Door voortdurende overstromingen tijdens stormvloeden is het
nodig de woonplaats verder te verhogen. Hiervoor gebruikt men zoden uit de kwelder en
ander organisch materiaal dat uit de nederzetting vrijkomt. Zo zien we geleidelijk de terpen
ontstaan. Sommige terpen bleven bewoond en werden als maar hoger. Uiteindelijk konden enkele
uitgroeien uit tot volledige dorpen. Niet alle terpen blijven bewoond, verlaten terpen zijn
later door de als maar hoger oplibbende kwelder weer bedekt. Ze zijn bij opgravingen nog wel
terug te vinden. (Tritsum)
Tot voor kort werd aangenomen dat de veengebieden niet geschikt waren om te wonen, maar recente
opgravingen hebben aangetoond dat in de IJzertijd ook in het veen veel boerderijtjes lagen.
(o.a. Sneek, Herfst 2003)
De Romeinse tijd (100 v.C. tot 500 n.C.)
Tegen het einde van de IJzertijd zien we de sterke opkomst van het Romeinse rijk. In 57 na Chr.
ligt de grens van het rijk in Nederland, bij de grote rivieren. Hoewel Fryslân niet direkt tot het
Romeinse rijk heeft behoord is de invloed van de Romeinen toch groot geweest. Uit bodemvondsten
blijkt dat er een levendige handel moet zijn geweest. Ook op terreinen van taal en cultuur
hebben de Romeinen hun sporen nagelaten. Als de invloed van de Romeinen in Nederland begint af
te nemen lijkt het erop dat het Friese grondgebied gedeeltelijk ontvolkt raakt. In de volgende
periode, de Vroege Middeleeuwen, neemt de bevolking weer toe.